Menu
  • Onze showroom is open: Vrijdag van 10:00 tot 16:00 en Zaterdags van 10:00 tot 16:00  
  • Dutch

PDD research

Wat weten we over PDD en  Avian Bornavirus?

(samenvatting Gerry M. Dorrestein, NOIVBD, Diagnostisch Dathologie Laboratorium , Veldhoven. info@noivbd.nl)

Op 2 augustus 2014 is er een bijeenkomst geweest van de studie groep Avian Bornavirus op het congres van vogeldierenartsen in New Orléans, Amerika.

Aanwezig waren vertegenwoordigers van verschillende bornavirus-onderzoeksgroepen uit de wereld
• Prof D.A. Smith,  Universiteit van Guelph, Guelph, Canada
• Prof I. Tizard, Dr S. Hoppes, en Dr J Heatley, The Schubot Exotic Bird Health Center at Texas A&M University, Texas, Amerika
• Dr S. Clubb, Rainforest Clinic for Birds & Exotics, Florida, Amerika
• Prof S. Orosz, Bird and Exotic Pet Wellness Center, Toledo, Ohio, Amerika
• Dr. B. Dalhousen, Veterinary Molecular Diagnostics, Milfort, Ohio, Amerika
• Prof G. Rossi, Universiteit van Camerino, Italie
• Prof M. Lierz, Justus-Liebig- Universiteit Giessen, Duitsland
• Prof Rüdiger Korbel, Ludwig-Maximilians-Universiteit München, Duitsland
• Prof G.M. Dorrestein, NOIVBD, Nederland
In een aantal voordrachten gaf iedereen een overzicht van de onderzoeken waarmee elk instituut bezig was en op basis van deze lezingen is het volgende overzicht over de huidige stand van zaken samengesteld.

 

Proventricular Dilatation Disease, de geschiedenis

Proventricular Dilatation Disease (PDD) in het Nederlands Kliermaag Dilatatie Syndroom (KDS) is voor het eerst beschreven eind 70-ger jaren bij ara’s die in California, Amerika geïmporteerd waren uit Brazilië. 

Op dit moment is de ziekte verspreid over de hele wereld en komt bij nagenoeg alle papegaaiensoorten voor. Vergelijkbare ziektebeelden zijn ook gezien bij een aantal niet papegaai-achten. 

Op basis van de ziekteverschijnselen (vermageren, zaden in de ontlasting en sterk overvulde maag) en de pathologie (inclusief de ontsteking in de zenuwen) werd dit ziektebeeld vastgesteld. Tevens werden vaak ook hersenverschijnselen gezien.

De klinische diagnose was vooral gebaseerd op de verschijnselen aangevuld met een röntgenfoto en een krop biopt. 

Bij sectie was de vergrote kliermaag de belangrijkste bevinding. De diagnose werd bevestigd door in een histologisch onderzoek waarbij in verschillende delen van het zenuwstelsel lymfoide ontstekingen kunnen worden aangetoond.

Een afdoende behandeling is er niet. Het leek erop dat
NSAID’s (niet corticosteroïde ontstekingsremmers) de klinische verschijnselen konden verminderen.

De oorzaak was onbekend en er werd gedacht aan een besmetting met een virus dat via de mest overgebracht kon worden. Dit mogelijke virus zou zich dan verspreiden door het lichaam. Maar op basis van de gevonden histologische afwijkingen was er ook het vermoeden van een auto-immuun factor die een rol zou spelen.

In 2008 werd het Avian Bornavirus ontdekt door 2 onafhankelijke onderzoeksgroepen. 

HONKAVUORI K.S., SHIVAPRASAD H.L., WILLIAMS B.L., et al. (2008) Novel Borna Virus in Psittacine Birds with Proventricular Dilatation Disease. Emerg Infect 14:1883-1886.
KISTLER A.L., GANCZ A., CLUBB S., et al. (2008) Recovery of divergent avian bornaviruses from cases of proventricular dilatation disease: identification of a candidate etiologic agent. Virol J. 5:88.


Wat weten we nu meer dan voorheen?

Het Avian Bornavirus wordt beschouwd als de verwekker van PDD

Het virus zelf of delen ervan kunnen worden aangetoond met moleculaire  technieken zoals een PCR en de producten kunnen gesequenced worden.
Hiermee zijn bij papegaai-achtigen tot nu toe genotypen 1 to 7 aangetoond. De genotypes 2 & 4 lijken het meest voor te komen. De verschillende genotype lijken in bij verschillende papegaaiensoorten, maar ook bij verschillende individuen, verschillende ziektebeelden te kunnen veroorzaken (klassieke PDD, hersenverschijnselen, blindheid, etc.). Er is nog geen duidelijke lijn die dit voorspelbaar maakt. 

Als een vogel besmet is met het ene genotype, geeft dit geen bescherming tegen een infectie met een tweede genotype. Het lijkt erop dat een dubbel infectie de ziekte erger maakt.

Er zijn ook andere bornavirus genotypen die voorkomen bij kanaries (ABV-C 1-3), prachtvinken (ABV-EF), en eenden en ganzen (ABV-CG). Daarnaast is bij zoogdieren en de mens al lang een aantal genotypen van het bornavirus bekend en ook bij reptielen is een bornavirus aangetoond. Alle bornavirusen die bij andere dieren voorkomen zijn niet besmettelijk voor papegaaiachtigen.
Het vermoeden bestaat dat er nog meer bornavirusen voorkomen o.a. bij vogels in het wild.

Voor de diagnostiek worden ook serologische testen ingezet. Hiermee worden antilichamen aangetoond. Een voorbeeld hiervan is de ELISA test met verschillende eiwitten (P40 > P18>> en andere eiwitten). Andere voorbeelden zijn  Western blot en Immunofluorescentie. Enkele van deze testen worden commercieel aangeboden. Andere testen worden alleen nog maar voor research toegepast. Er is nog geen duidelijke standaardisatie aanwezig.

   

De diagnose kan in biopten en bij secties bevestigd worden door histologisch onderzoek waarbij de veranderingen worden aangetoond en/of het virus in de cellen. Ook kan met weefselmateriaal de PCR uitgevoerd worden. Hierbij zien we dat de veranderingen in veel organen kunnen voorkomen en dat het virus zich er kan verspreiden in de verschillende weefsels.

Wat weten we op dit moment over de verspreiding van het virus in het lichaam en het ontstaan van de ziekte na infectie?

Na besmetting verspreid het virus zich door het lichaam. Het is niet duidelijk of dit vooral via zenuwbanen gaat of dat het met name via de bloedbaan gaat. Het virus komt uiteindelijk in zenuwcellen terecht en veroorzaakt daar direct of indirect een ontstekingsreactie. Hierbij worden vooral lymfocyten en plasmacellen geactiveerd. Door de aantasting van de zenuwcellen kunnen verschillende ziektebeelden ontstaan.

Ziektebeelden in relatie met een bornavirus infectie:
• Op de eerste plaats komen nu ziekten met zenuwverschijnselen
• Ook oogafwijkingen en blindheid worden door het bornavirus veroorzaakt
• Er zijn ook aanwijzingen dat een deel van het verenpikken mogelijk door ABV komt
•  En ook de maag-darm afwijkingen komen veel voor.

Soortgevoeligheid
Niet alle papegaaiachtigen zijn even gevoelig voor de ziekte. Alle grote papegaaiensoorten en kaketoes zijn gevoelig. De monniksparkiet of muisparkiet, agaporniden en grasparkieten lijken ongevoelig. De verspreiding binnen de soort na een infectie is verschillend. Veel groepen valkparkieten blijken drager te zijn van het virus.  In verschillende landen zijn verschillende soorten besmet.

Overdracht van de infectie

Er zijn nog vele vraagtekens bij de overdracht van het virus tussen vogels:
• Het virus RNA wordt uitgescheiden via ontlasting, urine en speeksel. In Texas is aangetoond dat vooral urine erg veel virus kan bevatten.
•  Een natuurlijke infectie zou kunnen plaatsvinden via mond en neus slijmvlies, via het maagdarmkanaal en/of via inademing.
• Als experimentele besmetting is het gelukt via injecties van het virus. Via de bek ingeven lukt soms. Een besmetting via de neus lijkt niet te lukken. Onderzoeken met grijze roodstaarten en valkparkieten hebben aangetoond dat het via de bek ingeven van  een virusoplossing niet tot effectieve besmettingen leidt.
• Een mogelijke besmetting via het ei is nog onduidelijk. Het virus is aangetoond in de eierstok en in embryo’s in het ei. Tot nu toe is nog niet met zekerheid aangetoond dat een kuiken besmet kan zijn nadat het in de broedmachine is uitgebroed.
• Er wordt op dit moment bij het NOIVBD een geval onderzocht waarbij een aantal kuikens die direct na uitkomst bij de ouders weggehaald zijn. Ze zijn met de hand groot gebracht. Een aantal is bij de ouders gebleven. Toen de kuikens 3 maanden oud waren is de pop overleden aan PDD. Nu blijken enkele kuikens, ook die met de hand zijn groot gebracht het virus uit te scheiden, maar geen antilichamen te maken. Het onderzoek hierover loop volop in samenwerking net Giessen.

Voorkomen van verspreiding van het virus
Een goede hygiëne en normaal schoonmaken blijkt al erg effectief tegen de verspreiding van het virus. Het virus is erg gevoelig voor uitdroging. Er wordt gewerkt aan een vaccin, hoewel de verwachting is dat er niet op korte termijn zal zijn.
Belangrijker in deze is het opsporen van besmette, positieve vogels. Een programma van testen, isoleren van vogels en hertesten, etc. in groepen vogels wordt niet altijd effectief uitgevoerd en is duur. Ook bestaat er geen overeenstemming tussen de onderzoekers wat het beste schema is dat het beste gevolgd kan worden.

Wat en hoe testen?

- Bloed kan vooral gebruikt worden voor serologische testen, w.o. de ELISA
- Ontlasting met urine via PCR
- Keel-swabs via PCR
- Veren lijken via een PCR onbetrouwbaar
- Een krop biopsie wordt niet veel meer gedaan
- Oogvloeistof wel voor PCR, niet voor serologie

Voor de verschillende testen is er nog geen standaardisatie tussen de verschillende laboratoria. Ook de gevoeligheid en specificiteit van de verschillende testen is onduidelijk.
Maar ook over de betekenis van de verschillende testen resultaten besteaat nog geen eensluidendheid.
Vast staat dat als de elisa en/of de PCR positief is dat de vogel besmet is of tenminste in aanraking geweest is met het avian bornavirus.

Behandeling
Er is nog geen enkele behandeling die bewezen en altijd effectief is. Bepaalde NSAID’s lijken de ziekteverschijnselen te verminderen. Zo lijkt een hoge dosis celecoxib soms te helpen. Ook bij toepassen van robenacoxib wordt soms wat  gezien. Bij een studie met valkparkieten bleek na toepassen van meloxicam het ziektebeeld te verergeren.
Er wordt ook onderzoek gedaan met geneesmiddelen die tegen lymfocyten werken. Geen van de geteste antivirale middelen (w.o.  Ribavirin) lijken in vivo effectief.

Tenslotte

Uit het voorafgaande is duidelijk dat er nog veel onbekend is over het avian bornavirus en de manier waarop het ziekten veroorzaakt. Ook op het gebied van de diagnostiek, behandeling en preventie moet nog het nodige onderzocht worden.

Daarom is op de bijeenkomst  besloten te komen tot de oprichting van een Working Group met als doel op regelmatige basis met elkaar te communiceren en te proberen door samenwerken het avian bornavirus en de ziekten die erdoor veroorzaakt worden beter te begrijpen.